Werkzaamheden voor de Koning

De Koning is lid van de regering en vervult als staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden een aantal constitutionele taken. Hierbij wordt de Koning ondersteund door het Kabinet van de Koning. Het Kabinet is ook schakel tussen de Koning en de andere leden van de regering.

Tekenen Akte van abdicatie door Koning Willem-Alexander op 30 april 2013

Taken Koning

De taken van de Koning zijn vastgelegd in de Grondwet en andere wetten en in het ongeschreven staatsrecht. Formele taken van de Koning zijn onder meer:

  • ondertekenen van wetten en Koninklijke besluiten;
  • bekrachtigen van internationale verdragen;
  • beëdiging van ministers en staatssecretarissen en van andere hoge functionarissen;
  • ceremonieel voorzitterschap van de Raad van State;
  • jaarlijks op de derde dinsdag van september uiteenzetten van het beleid dat de regering wil voeren (de Troonrede).

Naast deze formele taken heeft de Koning als staatshoofd een samenbindende, vertegenwoordigende en aanmoedigende rol. In dat kader legt de Koning bijvoorbeeld regelmatig werkbezoeken af in provincies en gemeenten. Ook bezoekt hij de eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk. En legt hij staatsbezoeken af aan andere landen. Verder ontvangt de Koning staatshoofden en regeringsleiders die een bezoek aan Nederland brengen en andere hoogwaardigheidsbekleders.

Ministeriële verantwoordelijkheid

De positie van de Koning is vastgelegd in de Grondwet. De Koning is staatshoofd en vormt samen met de ministers de regering. De Grondwet bepaalt ook dat de Koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn. Dat betekent dat de ministers verantwoording afleggen aan het parlement over het beleid van de regering. Zij zijn ook politiek verantwoordelijk voor de uitspraken en het handelen van de Koning.

Hierbij past regelmatig overleg tussen de Koning en de bewindslieden, in het bijzonder met de minister-president. De Koning ontvangt de minister-president in de regel op maandagmiddagen voor een wekelijks onderhoud. Ook de andere bewindslieden spreekt hij regelmatig.  De Koning heeft als staatshoofd het recht om te worden ingelicht, aan te moedigen en te waarschuwen. Het regelmatig overleg tussen de Koning en de minister-president en andere bewindspersonen is ook hierop gericht.

Zie ook