Wetten en besluiten ter tekening voorleggen

De Grondwet bepaalt dat de Koning en één of meer ministers of staatssecretarissen alle wetten en Koninklijke Besluiten ondertekenen. Het Kabinet van de Koning legt deze stukken dagelijks aan de Koning voor en informeert hem over de inhoud ervan.

Tekenen van een wet door Koning Willem-Alexander

Jaarlijks tekent de Koning ruim 2500 wetten, algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) en Koninklijke besluiten. Voorbeelden van Koninklijke Besluiten zijn het verlenen van Koninklijke onderscheidingen, ambassadeursbenoemingen en benoemingen van hoge ambtenaren.

Met name de wetten en amvb’s passeren in het wet- en regelgevingsproces de Koning meerdere malen:

  • ter aanbieding voor advisering aan de Raad van State;
  • ter aanbieding voor behandeling aan de Tweede Kamer (alleen voor wetten);
  • bij de bekrachtiging.

Dit betekent dat de Koning veel vaker staatsstukken tekent dan het bovengenoemde aantal van ruim 2500.

Ondertekening tijdens vakantie

Al deze stukken moeten door de Koning zelf worden getekend. Er kan niet namens hem worden getekend, want in ons staatsbestel heeft de Koning in functie geen plaatsvervanger. Dit betekent dat het Kabinet van de Koning ook tijdens zijn verblijf in het buitenland spoedeisende stukken elektronisch aan de Koning ter tekening voorlegt. De Koning tekent het stuk ter plaatse en stuurt het terug aan zijn Kabinet, waarna bijvoorbeeld de wetgevingsprocedure kan worden voortgezet. Bij terugkeer in Nederland tekent de Koning het originele papieren stuk.

Na ondertekening door de Koning, zet de verantwoordelijke minister of staatssecretaris een handtekening. Dit heet het contraseign. Hiermee komt de ministeriële verantwoordelijkheid tot uitdrukking.

Na bekendmaking in het Staatsblad wordt de wet in het archief van het Kabinet van de Koning bewaard totdat het aan het Nationaal Archief wordt overgedragen.

Rol van de Koning in het wetgevingsproces

De Koning heeft op verschillende momenten in het wetgevingsproces een rol. Dit is in de (Grond)wet zo bepaald: 

  • Wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur worden na behandeling in de ministerraad door de Koning aan de Afdeling advisering van de Raad van State voorgelegd.
  • Naar aanleiding van een advies van de Raad van State formuleert de betrokken bewindspersoon zijn of haar reactie in een Nader rapport op en biedt dat, zo nodig na behandeling in de ministerraad, aan de Koning aan. Vervolgens biedt de Koning een wetsvoorstel met een Koninklijke boodschap aan de Tweede Kamer aan. Een algemene maatregel van bestuur zal hij met zijn handtekening bekrachtigen.
  • Na behandeling van een wetsvoorstel in de Staten-Generaal bekrachtigt de Koning het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is daarmee wet geworden.